zondag 7 februari 2010

Mencia and Prieto Picudo: wines from Bierzo and León


On Monday, January 25th I was one of the visitors at the tasting of Spanish wines from Castilla y León. Frankly, I talked more with old and new acquaintances than I tasted wines. Fortunately, it is often more interesting to get to know one or two producers extensively than it is to visit all the tables and try all the wines. And that is what I did.

I would like to pay attention to two producers, who struck me by their interesting wines, both from the Bierzo region. Bierzo is in the far north of Spain, not far from Santiago de Compostella.

Mengoba
Bodega & Viñedos Mengoba was represented by the young owner Gregory Perez. Mengoba had an excellent white wine, Godello, three wines from Prieto Picudo (two red, one rosé) and a wine of the grape variety Mencia. That's what I like: wineries that focus on native grape varieties, especially if the wines are good. During the tasting I already heard from several people that they were interested in Mengoba, and I am curious if there is indeed a Dutch importer by now.
Mencia is an upcoming grape variety, and delivers robust red wines with a fine acidic and tannic structure.

What also struck me was that I came across prieto picudo again. I had never heard of it, and then stumbled upon it two times in a row - here and on Wine Professional. In the time between these two events, I have not found out a lot more information on prieto picudo. The grape grows mainly in León, delivers pleasant, fruity and easily drinkable wines with good tannins and structure and may well be used for rosé. In the past, prieto picudo was made primarily into wine for local consumption. Now, however, indigenous and local grapes are 'hot' and the wine is also made for export. In total, at most 500 hectares are planted with prieto pricudo. The wines are labeled as DO Tierra de León at Mengoba.
Make sure to have a look also at the website of Mengoba, with a magnificent panorama of the vineyards.

Tilenus
The other producer I was very impressed by, was Bodegas Estefanía Tilenus. They were represented by Eva Blanco and are located in Ponferrada, close by Mengoba.
Tilenus works mainly with the mencia and prieto picudo grapes. Part of the vineyards consist of old to very old (100 years!) vines, which are pruned as a shrub (gobelet, bush vines). All the wines of mencia - Tilenus Roble, Crianza and the Pagos Posada – and that of prieto picudo - Clan - were very impressive. The Mencia's had firm tannins and high acidity, and are generally fresh and pleasant to drink (what they really like is a piece of meat or game to go with it...). The Prieto Picudo appears to do well in wood: the Clan had rested for 15 months in French oak barriques, and tasted very refined.
The Prieto Picudo is marketed as Vino de la Tierra de Castilla y León, one step lower on the hierarchical ladder than a DO. But that does not go for the quality of the wine: that is very good!
The website of this company also offers much information.

And let's hope that among the importers present someone has decided to bring these wines to the Netherlands.

Photo: Working the vineyards at Mengoba.

vrijdag 5 februari 2010

Grüner Veltliner en Riesling


Geen gastvrijer wereld dan de wijnwereld, denk ik wel eens. Door een kennis werd ik pas uitgenodigd mee te gaan naar een proeverij van louter Grüner Veltliners en Rieslings uit Oostenrijk. Goed voor mijn proefvaardigheden, die ik binnenkort weer zal moeten tonen....

Organisator was David van Evineage, die hiermee vooral zijn medestudenten van de Diploma Course bijeen wilde krijgen, om te netwerken, elkaar weer eens te spreken en gewoon te genieten van wijn. Maar anderen waren ook van harte welkom.
Dus wandelde ik afgelopen zondag door de beijsde straten van Buitenveldert, naar een proeverij bij The Art of Wines (wat overigens een werkelijk prachtige wijnwinkel is, waar ik erg van onder de indruk was).
Ik kende er alleen mijn kennis Anja. Maar wijn verbroedert gelukkig inderdaad, en voor ik het wist had ik al weer kennis gemaakt met diverse medeliefhebbers van wijn, ofwel bezig met de Diploma Course – een van de beste wijnopleidingen die beschikbaar zijn – ofwel met de vinologenopleiding.

David vroeg ons in een mailtje achteraf wat we de beste Grüner Veltliner en de beste Riesling vonden. Nou David, dat antwoord giet ik dan maar in een blogpost voor je. ;-)

Allereerst een algemene opmerking: wat was het ontzettend lastig om in de Grüner Veltliners bepaalde karakteristieken te ontdekken! We leren altijd dat GV gekenmerkt wordt door een wit pepertje in de smaak, maar die waren niet te ontdekken. Ik heb geloof ik één GV getroffen waar ik witte peper in herkende (Zeiseneck van Pfaffl). Verder zijn er wel altijd de hoge zuren en een bepaalde vettigheid in de wijn. Je proeft het op je tong, en het onderscheidt de GV duidelijk van de Riesling.

Dan de beste Grüner Veltliner:
- Grüner Veltliner Alte Reben 2006 van Bründlmayer, ingebracht door Vindict!, geïmporteerd door Imperial Wijnkoperij (ik zou bijna zeggen: uiteraard). Waarom dit de beste was? Vanwege zijn brede volheid, zijn duidelijke vettigheid, zijn lengte. Deze wijn heeft inderdaad iets weg van de Bourgognes waarmee GV in het verleden wel vergeleken is.

- Maar ook het vermelden waard: de heerlijk frisse GV Pfarrweingarten 2008 van Walter Buchegger, ingebracht door David en geïmporteerd door WMU. Daarnaast wil ik de wijnen van R&A Pfaffl nog wel eens proeven: zowel de Goldloch als de Zeiseneck bevielen me uitstekend, vooral door hun frisse sappigheid. Ingebracht door Ilexa, geïmporteerd door Poot Agenturen.

- Dan de beste Riesling. Lastig, want na 16 Grüner Veltliners was mijn aandacht er niet meer helemaal bij. Op basis van de uitroeptekens op mijn aantekenvel kies ik dan voor de Riesling Wachstum Bodenstein van Prager, ingebracht door David en opnieuw van Imperial (uiteraard ;-)) Een waarom staat er niet bij, dus dat moet ik helaas schuldig blijven.

David en vrienden, enorm bedankt voor de proeverij, en Anja, voor de uitnodiging. Ik was al een fan van Grüner Veltliner en Riesling, en dat is nu weer helemaal bevestigd!

woensdag 3 februari 2010

De weduwe Clicquot


Het is vreemd maar waar: van de weduwe Clicquot was tot voor kort nog geen moderne biografie verschenen. Dat is ook niet zo heel verwonderlijk, want de archieven van het beroemde champagnehuis herbergen heel veel materiaal, maar voornamelijk kasboeken, handelsboeken en handelscorrespondentie. Over de vrouw achter de weduwe, die leefde van 1778 tot 1866, is in deze bedrijfsarchieven zo goed als niets te vinden. Alle lof dus voor cultuurhistorica Tilar Mazzeo, die met zeer beperkte gegevens toch een prachtig en leesbaar boek heeft weten te schrijven waarin Barbe-Nicole Clicquot Ponsardin centraal staat. Door de algemene geschiedenis van Frankrijk en de Champagnestreek te combineren met de weinige gegevens die over het privéleven van de weduwe bekend zijn, en daar nog inzichten aan toe te voegen die uit de sociale, economische en vrouwengeschiedenis zijn gehaald, wordt een geloofwaardig beeld geschetst van wat Barbe-Nicole moet hebben gedreven en hoe zij tot haar opmerkelijke roem is gekomen.

Weduwe
De feiten zijn wel bekend: in 1805 werd Barbe-Nicole Clicquot, geboren Ponsardin, op 27-jarige leeftijd weduwe. Haar man Francois had in de jaren daarvoor ondanks de beroerde economische omstandigheden geprobeerd een champagnehuis uit te bouwen. Zo was hij een van de eerste handelaren die de productie van de wijn zelf in eigen hand hield. Bij zijn dood was het echter niet voor de hand liggend voor Barbe-Nicole om het bedrijf voort te zetten. De rol van de vrouw werd in de 19e eeuw steeds meer die van decoratief element in het huishouden; vrouwen uit de midden-klasse en gegoede burgerij die een bedrijf leidden, waren er nauwelijks meer. Dankzij de steun van haar familie, vooral die van haar schoonvader, wist Barbe-Nicole echter te bewerkstelligen dat zij het champagnehuis kon voortzetten, hoewel ze het bepaald niet cadeau kreeg.

Zoete champagne voor de Russen
Ondanks vele tegenslagen, waarvan de Napoleontische oorlogen niet te minste waren, wist de weduwe (veuve in het Frans) een markt voor haar champagnes op te bouwen in Rusland, waar het hof en de adel verzot waren op de – toen nog – mierzoete champagne. (Het zou pas een generatie later Louise Pommery zijn die droge champagnes op de markt bracht).
Barbe-Nicole leidde niet alleen zakelijk het huis, maar was ook nauw betrokken bij het wijnmaakproces. Het is ook de weduwe Clicquot die de pupitres heeft uitgevonden, de schuine planken met gaten erin waar de champagneflessen op hun kop in werden gezet.

Zagen in de keukentafel
Om heldere champagne te krijgen, moeten gistresten en bezinksel uiteindelijk vóór de verkoop uit de fles verwijderd worden. Samen met haar keldermeester piekerde Barbe-Nicole hoe dit voor elkaar te krijgen zonder veel wijn te verliezen. Het antwoord werd uiteindelijk: de flessen op zijn kop zetten in de laatste weken van de rijping, ze iedere dag een slagje draaien en schudden zodat het bezinksel naar de hals zakt (remuage) en vervolgens zorgen dat de prop bezinksel uit de fles verwijderd wordt alvorens de fles definitief af te sluiten. Barbe-Nicole heeft haar keukentafel gebruikt om te verzagen tot de allereerste pupitre.

Rivaal
Niet alleen het huis Clicquot was bezig met het experimenteren op dit vlak. Ook haar grote rivaal Jean-Remy Moët had er heel wat voor over gehad de eerste te zijn die het geheim van heldere champagne had ontdekt. Het duurde echter nog jaren voordat de andere huizen achter dit grote geheim van het huis Clicquot kwamen!

Na een rijk leven overleed Barbe-Nicole Ponsardin-Clicqout in juli 1866 als een grande dame, door het huwelijk van haar dochter verwant aan de adel en alom gerespecteerd.
Met dit boek heeft de auteur deze intrigerende vrouw een prachtige plek in de geschiedenis gegeven, en niet alleen die van de wijn.

Tilar Mazzeo, De weduwe Clicquot, Artemis & Co., isbn 978 90 4720 128 1, prijs € 17,95, verkrijgbaar in boekhandel en bij Bol.com, via onderstaande link.

De weduwe Clicquot
De weduwe Clicquot
Mazzeo, T.J.

maandag 1 februari 2010

Chemie in de wijngaard is vrij recent!


Eind november gaf Tjitske Brouwer haar lezing over biologische en biodynamische wijnen voor het netwerk Vrouwen in de Wijn. Ik heb geprobeerd die lezing in een blogpost te vatten, maar ben er tot op heden niet in geslaagd. De 'groene' wijnen vormen een complexe en boeiende wereld, die je niet zo maar even kunt samenvatten als je er niet zelf grondig studie van hebt gemaakt.
Alle geïnteresseerden kan ik dan ook van harte aanbevelen Tjitske's scriptie Biologisch wijn bestaat te lezen, die zij schreef om de titel Magister Vini te behalen.

Waar ik wel nog even aandacht aan wil besteden, is een kort stukje wijngeschiedenis dat Tjitske in haar lezing schetste. Het trof me dat ze het volgende stelde: de industrialisering van de wijnbouw is eigenlijk helemaal niet zo oud! Pas tussen 1900 en 1940 zijn we kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gaan gebruiken. De studie oenologie is pas sinds 1955 een universitaire studie! Waar praten we dan helemaal over als we het hebben over wijnbouw zonder kunstmatige hulpmiddelen? Minder dan 100 jaar geleden was dat nog de gewoonste zaak van de wereld. Onze wijngaarden zijn eeuwenlang – zeker zo'n 2000 jaar – bewerkt zonder pesticiden, herbiciden en synthetische meststoffen.

Opmerkingen om eens goed over na te denken... Wat er bij mij opkwam is gelijk een 'ja maar': de wijnen van nu zijn wel een stuk drinkbaarder en houdbaarder dan die van toen. En hebben we dat dan niet te danken aan al die chemie? Als ik even verder denk, vermoed ik dat dat natuurlijk zeker waar is, maar dat we met alle kennis die sinds de oprichting van de studie oenologie vergaard is, ook in staat moeten zijn die – nog zo recent geïntroduceerde – chemie weer af te schaffen in de wijnbouw.

Betrekken we daar ook nog eens de inzichten bij van mensen als de filosoof Rudof Steiner (1861-1925), de plantkundige Sir Albert Howard (1873-1947) en vele andere wetenschappers die aan de wieg hebben gestaan van biologische en/of biologisch-dynamische landbouw, dan moet het mijns inziens mogelijk zijn die chemische santekraam steeds verder op te doeken.
Ik hoop van harte daar de komende jaren nog veel ontwikkelingen in mee te maken!

zaterdag 30 januari 2010

Geproefd... Bordeaux, Schloss Proschwitz en Chatus


Regelmatig komen er proefflessen binnen hier thuis. Niet altijd heb ik gelegenheid iedere fles een eigen blogje te geven. Vanaf nu zal ik regelmatig korte notities publiceren over wijnen die me de afgelopen tijd zijn opgevallen of die we hebben geproefd, soms ook met een suggestie wat erbij te eten.

La Haut Grace Dieu, Saint Emillion Grand Cru 2007 - Wijnbeurs
Prettige romige Bordeaux, met in geur en smaak veel rood fruit. Rond en zacht, met milde tannines. Combineerde uitstekend bij runderrollade die stevig aan de nootmuskaat en peper bleek...

Traminer 2006, Schloss Proschwitz Spätlese Trocken
Vorige maand stond de Prins zur Lippe nog in de WineLife. Hij deed de afgelopen jaren het oude familie Weingut herleven, in voormalig Oost-Duitsland, en maakt er wijn. Wat een verrassing toen de schoonvader van een proefgroeplid tijdens een proefavond een fles van Schloss Proschwitz op tafel zette! Een wijn uit Sachsen, die hadden we nog niet gedronken.
Volle, rijpe geuren van ananas, gele appel, honing en boenwas kwamen uit het glas. De wijn had redelijk wat zuren en geen hout. Wel een wijn uit een warmer gebied, noteerde ik. Maar wat het was? Ik dacht eerst aan Riesling (nee, te lage zuren), toen aan Viognier (nee, niet filmend genoeg, te veel zuren), toen aan Torrontès of Gewurztraminer (nee, te weinig rozen en lychee in de geur). Traminer blijkt een net iets minder aromatisch familielid van Gewurztraminer te zijn. Zat ik er toch niet ver vanaf... Goed gekoeld was het een prettig glas wijn, zeker ook bij wat (roodschimmel)kaas.

Chatus 2006 en 2007 – Bob Assie Wijnimport
Na onze Chatusavonturen in 2008 en 2009 stond de importeur enige tijd geleden weer op de stoep, nu met wat andere jaargangen.

Samen met mijn proefgroepleden proefden we Chatus 2006 van de cave La Cevenole, Monnaie d'Or, en Chatus 2007, van de cave in Lablachère. En iedereen was zeer enthousiast over deze wijnen uit de Ardèche. Eerst al omdat niemand de druif ooit eerder was tegengekomen, maar zeker ook omdat de wijnen uitstekend te drinken waren. Minimaal vijf jaar wegleggen, zoals wel is gesuggereerd, blijkt toch niet echt nodig, maar karaferen is wel aan te bevelen, vanwege de stevige tannines.

De Monnaie d'Or 2006 bleek de mooiste wijn: veel rood fruit, goede zuren, stevige (soms wat plakkende) tannines. Wel een wijn die eten nodig heeft om tot zijn recht te komen; een lekker zwijnekoteletje misschien....Een dag later bleek de wijn eigenlijk nog mooier: aroma's van viooltjes kwamen me nu uit het glas tegemoet, en nog steeds veel fruit. De tannines waren iets milder geworden, en opvallend genoeg was ook de kleur van de wijn veranderd. Kort na opening was hij helderder en roder dan de 2007. Een dag later was de 2006 donkerder geworden, en in kleur niet meer van de 2007 te onderscheiden.

Die 2007 had een wat onprettige neus: zwavelig en stallig. Ook in de mond was hij minder prettig, soms zelfs leken er wat groene tannines door te schemeren in de smaak. Maar ondanks dat eveneens een prettig drinkbare wijn, waarin een proefgroepgenoot ook de geurvan amarenekersen wist te ontdekken. Een dag later was de geur nog niet verdwenen, en leek hij minder ontwikkeling te hebben ondergaan dan de 2006. Het bleef een drinkbare wijn, maar minder elegant dan de 2006; eigenlijk gewoon een wat boerse wijn!

donderdag 28 januari 2010

Wijnavontuur in Canada


Het blijft de droom van velen: een wijngaard exploiteren in een ver en mooi land. Heel toevallig proefde ik deze week kort na elkaar wijnen van twee verschillende stellen expats.
Van Marit le Noble (schrijfster van onder andere het boek De Achteruitrijvogel) kreeg ik eerder deze week een doos toegezonden met de wijnen I, II, III en IV van Saint Paul le Marseillais in de Languedoc. De II, Rosé 2008 van grenache, Vin de Pays de l'Herault, was een verrassend lichte en zuivere wijn, prima voor terras en camping. Als er meer wijnen geproefd zijn, volgt een uitgebreider stukje.

Van Rolf en Heleen Pannekoek, die anderhalf jaar geleden naar Canada emigreerden, proefde ik zaterdag 23 januari wijnen op een proeverij in het Amsterdamse Casa400. Ik sprak er ook kort met Rolf en Heleen, die zelf hun wijn presenteerden. De wijnen van Fort Berens, het 'estate' van Rolf en Heleen, waren te proeven samen met een mooie selectie Hongaarse wijnen van Miranda Beems, jaargenoot van Heleen op de Wijnacademie.

Ik hoorde het eerst van het wijnavontuur van Rolf en Heleen op Wijnerij, het weblog van de helaas te vroeg overleden Ed Starren. Ed gaf een mooie introductie, die het lezen waard is.
Rolf en Heleen vertrokken in de zomer van 2008 naar Canada, na eerst ook elders naar mogelijkheden voor het starten van een wijngaard te hebben gekeken, onder andere in Hongarije.
Na een spannend 2008, waarin veel onderzoek werd gedaan, onder andere in de Okanagan Valley in British Columbia, kochten Heleen en Rolf land in het plaatsje Lillooet, 250 kilometer van Vancouver in noordelijke richting, en ook 250 km van de Okanagan Valley, in westelijke richting. De Okanagan Valley is een bekend wijngebied in Canada, waar goede wijnen vandaan komen. De landprijzen zijn er echter inmiddels vrij hoog en een wijngaard aankopen is een kostbare onderneming. Vandaar dat ze elders zijn gaan zoeken. Hoe dit allemaal verliep is uitgebreid te lezen op hun eigen website Rolf en Heleen Wijnavontuur.

In het voorjaar van 2009 werd dan eindelijk Fort Berens gevestigd en gingen de eerste stokken de grond in in Lillooet. Met gekochte wijnen en druiven (uit de Okanagan Valley) is later in het jaar de wijnverkoop gestart, vooral ook om geld voor de toekomst te genereren. Lillooet is gunstig gelegen ten opzichte van Whistler, waar de Olympische Spelen gehouden worden. Rolf en Heleen hopen dan ook op veel aanloop van toeristen die van Vancouver via Whistler British Columbia in trekken.

Rolf en Heleen plantten vooral riesling, naast pinot noir, pinot blanc, pinot gris en nog wat andere druivenrassen. Het zijn dezelfde druivenrassen die zij ook hebben ingekocht en die zij afgelopen weekend lieten proeven. Van de Riesling was ik niet zo gecharmeerd; de zuren waren te overheersend en er stond weinig tegenover. De Meritage echter, een blend van cabernet sauvignon, cabernet franc en merlot mocht er zijn: lekker soepel en rond, een prima rode wijn voor alledag. Ook de rosé van pinot noir was zeer aangenaam: gelukkig geen zoetje te ontdekken, maar wel lekker fruitig. En de Selected Late Harvest van Pinot Blanc vond ik zo geslaagd dat ik er een flesje van heb meegenomen. Zo vaak proef je tenslotte geen Canadese zoete wijn, en al helemaal niet uit British Columbia.

Fort Berens verwacht in 2011 zijn eerste oogst te hebben, waarna in 2012 de eerste eigen witte wijnen en in 2013 de eerste eigen rode wijnen op de markt zullen komen. Ik wil toch al eens naar die kant van Canada op vakantie, dus als het zover is weten we alvast één adres om langs te gaan. (En misschien is het guesthouse / hotel van Fort Berens dan ook wel gerealiseerd. Als ik de plannen van Rolf en Heleen zo lees, zou dat er best eens kunnen komen.)

dinsdag 26 januari 2010

De mooiste wijnkelders ter wereld


Heb je dat ook, als je een kelder bezoekt? Ik wil altijd weten wat er achter het volgende muurtje is, waar dat donkere trapje naartoe leidt, welke schatten er bewaard worden achter dat kleine deurtje of dat smeedijzeren hek. Onze eigen wijnhandelaar in Utrecht heeft gelukkig een prachtige kelder aan de Oudegracht, met (dichtgemetselde) gangen die volgens de overlevering helemaal tot het oude kasteel Vredenburg zouden leiden. Met proeverijen kijk ik er altijd weer gefascineerd rond.

Blijkbaar hebben meer mensen deze fascinatie, zoals de Belgische sommelier Jurgen Lijcops. Hij stelde samen met een team van uitgeverij VdH Books een schitterend koffietafelboek samen over de mooiste wijnkelders ter wereld. Ik heb er tijdens de afgelopen feestdagen regelmatig heerlijk in gebladerd, en me verlekkerd aan al die oude – en vaak ook helemaal niet zo oude – flessen wijn die in kelders onder kastelen, kloosters en woonhuizen worden bewaard.
De meeste kelders zijn toegankelijk, sommige ook niet. Er zijn kelders van restaurants, van wijnproducenten, van particulieren, van miljonairs en van liefdadigheidsinstellingen. Er zijn middeleeuwse, 19e-eeuwse, hypermoderne en zelfs virtuele kelders. Kelders uitgehakt in de rotsen of gevestigd in oude steengroeven. Kelders in onder andere Frankrijk, Nederland, Spanje, Italië, de VS en het Verre Oosten.
Het prachtige fotowerk wordt voorafgegaan door een korte inleiding over het zelf bewaren en opslaan van wijn. Mocht je dus in je eigen huis een wijnkelder willen beginnen, geeft dit boek voldoende tips en inspiratie!

Binnenkort wordt op By the Grape een aantal kelders nader toegelicht. Hou de aankondigingen op Twitter, hier en op By the Grape dus in de gaten voor een blik op de geheimzinnige wereld van duizenden flessen wijn die liggen te wachten in wijnkelders all over the world.
(Foto: uit besproken boek.)

De mooiste wijnkelders ter wereld, VdH Books, isbn 978 90 8881 013 8, prijs € 49,90, verkrijgbaar in de boekhandel en via onderstaande link bij Bol.com.

De mooiste wijnkelders ter wereld
De mooiste wijnkelders ter wereld
-